Er was eens een meisje met een glitterjurk. De jurk was mooier dan je je voor kan stellen. Net als het meisje zelf. Het meisje was prachtig. En dol op glitters. En op dansen. En als ze danste in haar glitterjurk leek het werkelijk of ze de sterren van de hemel danste.

Glitterend, schitterend en prachtig.

Het meisje werd ouder en ze kreeg de indruk dat niet iedereen van glitters houdt. Niet iedereen reageerde enthousiast op haar glitterjurk. En het viel haar op dat eigenlijk niemand anders een glitterjurk aan had.

Ze vond haar glitters mooi, maar begon zich af te vragen of dat wel klopte. Waren haar glitters wel mooi? En kon ze misschien beter ook wat minder dansen?

Van haar moeder kreeg ze een jas. Die trok ze aan. De jas was een beetje zwaar en zat ook niet heel erg lekker. Hij bedekte een groot deel van haar glitterjurk. Dat vond ze wel verdrietig, want zo kon ze zelf haar glitters ook niet meer zo goed zien. Maar misschien was het maar beter zo.

Op school kreeg ze ook een jas. Nog zwaarder en groter. Ze trok hem aan. Het voelde eigenlijk niet alsof het haar jas was. Maar met de tijd wende ze er aan. Ze wende aan deze zware grote jas die haar glitterjurk helemaal bedekte.

En in de loop van haar leven kreeg ze nog veel meer grote, zware jassen aangereikt. En ze trok ze aan.

Ze groeide op en werd een vrouw. Een vrouw die haar leven leefde in grote, zware jassen. Tot ze op een dag voelde dat de last te zwaar werd. Dat het leven met die jassen niet was wat ze wilde.

Maar wat dan wel? Heel ver in haar geheugen was er een herinnering aan een glitterjurk. Maar die glitters waren zo ver weggestopt dat ze niet zeker wist of ze wel echt waren.

In de jaren die volgden leerde ze de jassen uit te doen. Eerst een, toen een ander. Ze leerde zichzelf beter kennen, leerde waar ze wel en niet goed in was, leerde wat ze wel en niet wilde en ze leerde stap voor stap om goed voor zichzelf te zorgen. Het was een interessante weg met vallen en opstaan. Soms raakte ze in de war en trok ze heel snel alle jassen weer aan. Waarna het weer heel zwaar voelde en ze ze één voor één weer uittrok.

Tot ze zich op een dag realiseerde dat ze al haar jassen had uitgetrokken. Dat ze daar stond in haar glitterjurk. Bloot voelde het haast. En verbaasd keek ze naar de glitters. Dit was het dus. Dat mooie dat ze zich haar hele leven ergens wel vaag herinnerde. Verbaasd keek ze en zag ze de glitters schitteren. Ze vond het mooi, ja echt mooi. Maar ze had werkelijk geen idee wat ze met die glitters aan moest. Wat nu?

Ze was een dappere vrouw, dus ze besloot het te gaan uitproberen. Ze liep met haar glitterjurk over straat en keek hoe de mensen reageerden. Veel mensen zagen het niet eens, bedolven onder hun eigen jassen. Er was een enkeling die wat verbaasd keek, omdat hij niet gewend was aan glitters. Maar er waren er velen die haar vriendelijk toeknikten. Mensen die hun duim opstaken. En, tot haar grote verbazing, een andere vrouw met een glitterjurk. Die kwam naar haar toe en zei: wat een prachtige glitterjurk, fantastisch om je zo te zien.

De vrouw was verbaasd en geroerd. Ze begon te genieten van haar glitterjurk. Hoe onwennig ook. En steeds vaker durfde ze zonder jas over straat. Durfde ze mensen te begroeten met al haar glitters. Ze werd er blij van en mensen werden blij van haar.

Op een dag kwam ze een jong meisje tegen in een prachtige glitterjurk. Het kind danste en straalde. Het leek wel alsof ze de sterren van de hemel danste. En opeens herinnerde de vrouw zich hoe ze zelf kon dansen in haar glitterjurk.

En ze danste.

Glitterend, schitterend en prachtig.

Scroll naar top